Back to top

Plaatsing

Vooraleer de isolatieplaten worden geplaatst moet de ondergrond vrij zijn van stof, vocht, afval, water, ijs of sneeuw. Alle elementen die de kwaliteit van het systeem in gevaar brengen moeten eveneens verwijderd worden. De isolatie moet nauwkeurig rond afvoeren, ronde buisdoorvoeren en andere dakdoorvoeren geplaatst worden. Er mag niet meer isolatie geplaatst worden dan op diezelfde dag of voor de aanvang van slechte weersomstandigheden kan worden afgedicht. De Firestone PIR-isolatieplaten zijn compatibel met elk type éénlaags dakafdichtingssysteem: volledig verkleefd, geballast of mechanisch bevestigd.

PIR-isolatieplaten moeten met schroeven en plaatjes (zie bevestigingsschema's), verse bitumen of door Firestone goedgekeurde lijmen worden bevestigd.

  • Mechanisch bevestigd systeem
    Bevestig elke isolatieplaat van 1,22 m x 2,25 m met minimum 5 schroeven en plaatjes. Bijkomende bevestigers kunnen vereist zijn door het gebruik van een dampscherm, in zones met hoge windbelasting en/of in de randzone van het dak. Gelieve hieromtrent de lokale specificaties wat betreft windcalculatie na te gaan en/of het Firestone Technisch Departement te contacteren.
     
  • Geballast systeem
    Bij het geballast systeem mogen de Firestone isolatieplaten losliggend geplaatst worden of volledig verkleefd. Indien een mechanische bevestiging vereist wordt, gelieve contact op te nemen met het Firestone Technisch Departement.
     
  • Volledig verkleefd systeem
    Het aantal bevestigers per paneel wordt bepaald door middel van een windcalculatie volgens de lokale voorschriften, rekening houdende met volgende minimum vereisten:
    • Isolatiedikte tot 40 mm: minimum 16 bevestigers per paneel van 1,22 m x 2,25 m
    • Isolatiedikte tot 50 mm: minimum 12 bevestigers per paneel van 1,22 m x 2,25 m
    • Isolatiedikte tot 100 mm: minimum 8 bevestigers per paneel van 1,22 m x 2,25 m